Wethouders stropen mouwen op!

Attiya Gamri is wethouder sociaal domein en wonen in Bloemendaal

In augustus 2022 ben ik begonnen als wethouder Sociaal Domein in Bloemendaal. Dat de functie van wethouder zó veelzijdig zou zijn, daar kon ik me van tevoren geen voorstelling van maken. Mijn grootste drijfveer om wethouder te willen worden is dat ik beleid kan veranderen en het verschil hoop te maken voor mensen. Elke dag ga ik met veel energie naar het markante gemeentehuis in Overveen.

Dagelijks zie ik dat mijn collega’s én ikzelf heel hard werken en lef tonen. Wij bepalen bijvoorbeeld of we energietoeslag aan studenten uitkeren en hoe wij de opvang van Oekraïners vormgeven. We zorgen dat we de wettelijke taken die steeds ingewikkelder worden goed uitvoeren.

Het zijn serieuze thema’s die de kern raken van veel mensen in de gemeente of in de regio. Wij wijzen niet naar de landelijke overheid. We pakken knelpunten op en komen met voorstellen waar we in geloven. We kiezen daarbij niet de weg van de minste weerstand. Zo huisvesten we nu tijdelijk statushouders en andere doelgroepen in een voormalig verzorgingshuis in Overveen. Daarmee hebben we een belangrijke stap gezet in onze jaarlijkse taakstelling. Daarnaast werken wij ook constructief samen met onze buurgemeenten. Dit soort vraagstukken speelden aantal jaren geleden niet en nu moeten wij vaart maken.

Tijdens mijn werkbezoeken in de dorpsgemeenschap spreek ik geregeld inwoners die bang zijn voor de toekomst. Mijn ouders zijn ooit gevlucht en ik herken het gevoel van onveiligheid en bestaansonzekerheid maar al te goed. Het is voor mij echter nieuw dat inwoners in Bloemendaal zich onzeker voelen en óók bang zijn voor hun bestaanszekerheid. Inwoners die niet meer voor een bepaald bedrag boodschappen kunnen doen, maar nu zeker het dubbele kwijt zijn en zich dat niet kunnen permitteren. Het zijn spannende tijden en daarom is de gemeentepolitiek belangrijker geworden.

Hier hoeft dan weliswaar geen theater of zwembad gebouwd te worden, maar de crisis op het gebied van betaalbare woningen is groot. Echtparen met kinderen, die uit elkaar gaan, vinden geen nieuwe  woning meer en al helemaal niet bij elkaar in de buurt. De spanningen nemen toe en de druk op de mentale gezondheid bij kinderen is groot.

Ik heb een betekenisvolle en prachtige baan, maar tijd om achterover te leunen of echt te genieten van de schoonheid van de omgeving is er helaas niet. Het is vooral de mouwen opstropen en aan de slag!

Inventiviteit, veerkracht en weerbaarheid

Han ter Heegde is burgemeester van Gooise Meren en voorzitter van de VNHG

Alle goeds, wijsheid en gezondheid wens ik u in 2023 toe namens het VNHG bestuur.

De uitdagingen nemen toe, maar keer op keer zien we ook de inventiviteit, veerkracht en weerbaarheid in de maatschappij en in het openbaar bestuur. Wij mogen en kunnen daarin het voortouw nemen. Wij hebben een stimulerende en coördinerende taak, veelal via’ trial and error’, altijd samen met inwoners, ondernemers en vrijwilligers.

Participatie en communicatie zijn daarbij cruciaal. Ook dat is vaak een zoekproces, waarbij we moeten aansluiten bij de moderne media en de betrokkenheid die de maatschappelijke partners terecht eisen.

Het is prachtig om deze processen vorm te geven. We moeten uitstralen daar lol  in te hebben en deze processen aan te moedigen. Daarmee stralen we ook vertrouwen uit.

En er liggen wat taken te wachten voor 2023:

  1. de huisvestingsopgave: méér woningen bouwen (binnen alle beperkende regelgeving), méér woningen voor met name jongeren en statushouders.
  2. noodopvang voor Oekraïners en asielzoekers
  3. oplossen van de stikstofproblematiek
  4. hulp aan een toenemend aantal mensen dat financieel niet meer rond kan komen
  5. tempo maken met energietransitie en duurzaamheid
  6. enz, enz

Het zal veel tijd kosten het hoofd te bieden aan al deze uitdagingen. Aspiratieniveaus zullen daarbij soms aangepast worden. Mensen en groepen zullen soms water bij de wijn moeten doen. Het gaat immers vaak om verdeling van schaarste.

De positie van de VNG (en daarbinnen onze VNHG) is een belangrijke: regering en parlement voeden met onze dagelijkse praktijkervaring. Hen meehelpen in het bedenken van oplossingen en waar nodig bijsturen van niet-werkbare theoretische plannen.

Daartoe hebben vertegenwoordigers vanuit Noord-Holland zitting in de VNG commissies en VNG besturen. Onze inbreng is daarbij zeer belangrijk.

Al onze leden wens ik in dit goede werk veel wijsheid en doorzettingsvermogen toe.

Wij als VNHG bestuur zullen zorgen voor een goede terugkoppeling naar onze leden.

Wij wensen u een productief 2023!

Van de voorzitter

Han ter Heegde is burgemeester van Gooise Meren en voorzitter van de VNHG

Graag wens ik jullie toe dat de eerste begroting in deze raadsperiode op een goede wijze en doelmatig wordt vastgesteld. Met nieuwe raden en in een onzekere wereld is dat allemaal niet zo makkelijk,  maar ik heb het gevoel dat het in de meeste gemeenten best goed gaat.

Raden en colleges kennen hun verantwoordelijkheden. En de burger zit op duidelijkheid, rust en regelmaat in moeilijke tijden te wachten.

Van de kant van het Rijk hebben we een tegemoetkoming van 1 miljard in 2026 ontvangen. Dat is structureel niet genoeg, maar het is een eerste positieve stap. Met veel argumenten en lobbywerk van de VNG moeten we dit nu proberen uit te bouwen.

Overigens moet opgemerkt worden dat alle gemeentelijke uitgaven in het kader van corona en Oekraiense vluchtelingen, mits goed geadministreerd, volledig door het Rijk gecompenseerd worden.

Dat moet ook wel gelet op de enorm hoge bedragen, maar het gebeurt dus ook.

Vanuit de nieuw samengestelde VNG-commissies kunnen we nu alle voorstellen van het Rijk becommentariëren, gevoed door onze ervaringen en kennis vanuit de gemeentelijke werkvloer. Belangrijke inbreng, ook vanuit Noord-Holland door onze bestuurs- en commissieleden.

Periodiek zullen we onze commissieleden hierover laten sparren met de collega-bestuurders in Noord-Holland, opdat hun inbreng breed gedragen wordt.

In dat verband roep ik u allen op om op 25 november ‘s morgens, hetzij live in Anna Paulowna, hetzij digitaal, onze  themabijeenkomst over digitale veiligheid en de VNG-verenigingsvisie bij te wonen.

Digitale veiligheid=veiligheidsbeleid

Rian van Dam is burgemeester van Hollands Kroon en lid van VNG-cie informatiesamenleving

…….

Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is het afgelopen jaar sterk toegenomen, kopt de NOS vorige week. Dat blijkt uit het Dreigingsbeeld van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Digitalisering en digitale veiligheid zijn dus een steeds belangrijker element in onze samenleving. Terwijl de politiek-bestuurlijke kennis van en aandacht voor het onderwerp hierbij achterblijft. Daar moeten we met z’n allen iets aan doen. Want het is niet perse een plattelandsprobleem of een gemeenteprobleem, maar een overheidsbreed probleem. Niet voor niets heeft het kabinet begin oktober hun nieuwe cybersecuritystrategie bekendgemaakt.

Bij de gemeente moeten we zorgen dat we de basis op orde krijgen en houden. Dat doen we door digitalisering en informatie beveiliging hoger op de politieke agenda te zetten. Er wordt al veel gedaan en data gestuurd werken wordt steeds belangrijk. Maar daar kunnen we nog belangrijke slagen in slaan en ons voordeel mee doen. Tegelijkertijd moeten we de discussie voeren over de ethiek van datagebruik. Wanneer gebruiken we bepaalde data wel en niet en wanneer kan dat esthetisch gezien wel of niet. En ook belangrijk: oefeningen doen die gaan over wanneer het mis gaat. Trainingen voor medewerkers in hoe je omgaat met data en hoe kwetsbaar dat kan zijn. Zo krijg je een weerbare organisatie. Niet alleen technisch, maar ook in gedrag.

Daarnaast is het belangrijk om te oefenen op situaties wanneer er geen internet, stroom, telefonie meer is, hoe communiceer je dan als gemeente? Als digitale systemen uitvallen, moeten we terug naar papier, maar welke organisatie is daar nog op ingericht? Als de backups op een server staan, dan kan je hier mogelijk niet meer bij.  Het is belangrijk  om goed na de denken over de uitwijkstrategie, door bijvoorbeeld back-ups en kritische systemen onder te brengen bij een (andere) cloudleverancier of cloud service partner. Wanneer de digitale systemen zijn uitgevallen,  moeten de primaire, kritische bedrijfsvoering blijven werken. Uitkeringen moeten door blijven gaan. Mijn tip aan alle gemeente is om daar rekening mee te houden. En dit ook eens te oefenen met elkaar en waar je dan tegenaan loopt. Dan ben je goed voorbereidt.

We krijgen de basis ook op orde door digitale veiligheid in ons integraal veiligheidsplan op te nemen. Niet onder het kopje bedrijfsvoering waar het bij de meeste gemeente staat, maar onder het kopje veiligheid. Deze verschuiving stelt de gemeenteraad in staat de juiste discussie voeren over de kosten en baten van het beschermen van de eigen informatie en systemen. Dan wordt de discussie over digitale veiligheid opeens heel anders. Want hoe belangrijk bedrijfsvoering ook is, voor bestuurders is het politiek een minder interessant onderwerp dan veiligheid. Gesprekken over bedrijfsvoering gaan al snel over hoe de kosten laag te houden en de processen efficiënter te maken. Dat zijn niet de discussies die we willen voeren over de kwetsbaarheid van onze informatie, de bescherming van onze systemen, het bewaken van continuïteit bij digitale crises.

Daarover praat ik op 25 november graag met u verder.

 

Hoe we de menselijke maat uit het oog verloren

Marijn van Ballegooijen is wethouder in Amstelveen

….

Is de menselijke maat zoek bij de overheid? In ieder geval wel bij het Rijk. Bij de uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst en het UWV zijn al jaren zo veel knelpunten met wachtlijsten en starre regels, dat de Kamer in 2020 een parlementair onderzoek startte. Het eindrapport ‘klem tussen balie en beleid’ roept de politiek op meer oog te hebben voor de uitvoering. Door de kloof tussen politiek en uitvoering trekt de burger aan het kortste eind. Dit zien we vooral bij multi-problematiek.

Ook in gemeentes is de afstand vaak groot. Soms wordt dat als iets goeds gezien: de politiek gaat niet over de uitvoering, die doet zijn werk ‘onafhankelijk’. Maar daardoor is er geen zicht op wat er misgaat.

In Amstelveen heb ik daarom met onze uitvoeringsteams onderzocht hoe je goed maatwerk verleent. We keken naar de casussen multi-problematiek die waren vastgelopen. Ik vond het echt een blijk van lef van de organisatie om zich zo bloot te geven. Toen ik het project startte dacht ik het antwoord al te hebben: de regels zijn te star en het budget is verkokerd. Dat las ik in de vakliteratuur. Maar al snel bleek dat dit niet het probleem was. Want alle regels hadden een hardheidsclausule. En er was voldoende budget.

Wat ging er mis? De normen en waarden van uitvoerders bleken te verschillen. Lossen we deelproblemen één voor één op, of met een totaalplan? Kiezen we de oplossing van de expert, of volgen we de wens van de bewoner? Wat doet de gemeente, en wat doet de bewoner zelf? Deze ‘normatieve dissonantie’ stond samenwerking zó in de weg dat complexe hulpverlening kon stranden. Iedereen deed vanuit zijn eigen waarden zijn best, maar omdat die zo verschillen was het moeilijk om tot één plan te komen. Mensen werden van de een naar de ander gestuurd en kregen vaak ‘nee’ te horen.

De neuzen in de uitvoering moeten dezelfde kant op. Daarvoor is meer tijd nodig om met elkaar te praten. En niet alleen over de uitvoeringsregels, maar juist over welke waarden leidend zijn in de uitvoering. Niet alleen over de letter van de wet, maar over de geest van de wet, zogezegd. Aan dat laatste besteden we vaak veel te weinig aandacht. Als de bedoeling helder is kunnen hulpverleners starre regels makkelijker loslaten en beter samenwerken. En dan wordt maatwerk, wat zoveel betekent als een onderbouwde uitzondering maken voor een burger, ook makkelijker. Want als helder is wat de bedoeling is van een regel, dan weet je ook wanneer je ervan af moet wijken.

Misschien is het in andere gemeenten ook zo. Of misschien zijn er andere redenen waardoor hulpverlening vastloopt en de menselijke maat verloren raakt. Hoe dan ook, het is urgent om daar op te letten. We hebben een betere dialoog nodig met onze uitvoering én burgers om onze dienstverlening een menselijker gezicht te geven.

Overheid en burgers

Han ter Heegde is burgemeester Gooise Meren en voorzitter VNHG

—–

Na een zeer interessante ALV in Castricum, kunnen we geïnspireerd de grote uitdagingen in onze tijd verder aanpakken.

Zeker ook de inleiding van Lodewijk Asscher kan ons daarbij helpen.

Treffend in dat verband is het essay van Niovi Georgadakis in de krant van 21 september (de dag na Prinsjesdag), waarin hij betoogt: ‘Stop met de overheid altijd de schuld te geven’.

Niovi is 17 jaar en leerling op het Middelbaar Onderwijs. Dit is mijns inziens een wijze les van een jonge vent, voor ons als bestuurders en voor onze inwoners. De overheid kan niet alles: het is ‘trial and error’. De burger dient ook zijn verantwoordelijkheid te nemen.

En ondertussen proberen wij als nieuwe Colleges en Raden nieuw beleid te genereren, dor hout te kappen en soms onorthodoxe dingen te doen in een uitzonderlijke tijd. Dat is meer dan ooit een zoekproces.

Inmiddels heeft de VNG bekend gemaakt wie worden voorgedragen voor bestuur en commissies. Zie elders in deze nieuwsbrief. Wij hopen dat met deze bezetting vanuit het Noord-Hollandse onze inbreng gewaarborgd is.

Tijdens onze bijeenkomsten zullen we proberen de inbreng van onze Commissieleden terug te koppelen naar onze leden en hen ook input te geven vanuit onze praktijksituaties.

Voor nu: lekker aan de slag en daarbij veel wijsheid en succes.

Uit provinciale regietafel stikstof

Wessel Breunesse is wethouder Zaanstad en neemt vanuit gemeenten deel aan provinciale regietafel stikstof

Hexagonen, mollen, concentratie, depositie, emissie, Aerius. Als het gaat over stikstof en de stikstofproblematiek, vliegen de technische termen je al snel om te oren. Als wethouder met onder andere milieu in mijn portefeuille, houd ik me sinds 2,5 jaar bezig met het stikstofvraagstuk. En in die hoedanigheid, als vertegenwoordiger van de Noord-Hollandse gemeenten, sprak ik in juli mee in de Provinciale Regietafel Stikstof Noord-Holland.

 

Allereerst: We zijn nu vooral bezig met rekenen, en dat biedt grote kansen om het effect van verschillende maatregelen en scenario’s door te rekenen. Maar uiteindelijk is het allerbelangrijkste dat de natuur moet kunnen herstellen. Doordat dat stikstofuitstoot en –depositie daalt. En dat we dat op zo’n manier organiseren dat het bouwen van de zo noodzakelijke huizen ook (weer) mogelijk is.

 

Het stikstofprobleem is complex, dat laat het huidige debat duidelijk zien. Rondom dit onderwerp treedt verharding op in onze samenleving, wat niet bevorderlijk is voor het gezamenlijk realiseren van een oplossing. Daarbij zijn namelijk twee elementen essentieel.

 

Allereerst is dat samenwerking. Alle betrokken partijen zijn afhankelijk van elkaar: gemeentes, de provincie, bedrijven, agrariërs, het Rijk. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van grote stikstofbronnen, zoals de uitstoot van Schiphol, Tata Steel, grote cacao verwerkers. Hun depositie slaat neer op onze natuurgebieden, als gemeente kunnen we hen niet dwingen er iets aan te doen. We kunnen alleen stappen maken als we samenwerken, vanuit de verschillende verantwoordelijkheden van alle partners. Samen in gesprek, bekijken welke maatregelen er mogelijk zijn, wat de bijbehorende kosten zijn en dit op de juiste tafel leggen.

 

Het tweede element is dat we echt concreet actie moeten ondernemen op alle bronnen die stikstof uitstoten of zorgen voor depositie. De focus is de afgelopen tijd op de agrariërs komen te liggen. Maar de cijfers laten natuurlijk veel meer relevante uitstootbronnen zien: ook daar moeten we stevige stappen op nemen. Kunnen we daarmee bijvoorbeeld maatregelen voor bedrijven betalen om hun uitstoot te verlagen? Op welke wegen kan de snelheid omlaag, welke maatregelen zijn daar voor nodig?

 

Mijn afdronk van de eerste Provinciale Regietafel Stikstof Noord-Holland is dat we in gezamenlijkheid actie moeten gaan nemen, en dat de tijd van alleen rekenen en praten toch echt voorbij is.

Nieuw politiek jaar

Van harte hoop ik dat u allen een goed en rustig reces heeft gehad. Zeker na een verkiezingsvoorjaar, en met grote maatschappelijke opgaven was bijtanken wel even nodig.

In het reces heb ik een boek gelezen waarin wordt beschreven dat we niet langer moeten praten over crisis, maar over opgaven. En dat voor de oplossing daarvan in eerste instantie dialoog met alle participanten nodig is.

En benadrukken dat wij als overheden niet alles alleen kunnen oplossen. En dat we ook soms wat duidelijker ‘nee’ moeten verkopen.

In een tijd van toenemende polarisatie en een toenemende afkeer van groepen van de overheid is dat allemaal best een grote uitdaging. Maar we zijn bestuurders in goede, maar ook in moeilijke tijden. Dus gáán we er voor; soms met ‘trial and error’.

Deze onderwerpen zullen ook tijdens onze ALV op 2 september in Castricum aan de orde komen. Gaarne hopen wij als bestuur velen van u te mogen ontmoeten.

Noord-Holland en zijn gemeenten

Op zaterdag 28 mei liep ik samen met mijn – pas vanuit Oekraïne naar Nederland geëmigreerde – vriendin door de straten van Alkmaar. Ze was enigszins verbaasd bij het horen van uitbundig trommelgeroffel afkomstig van de boten die door de grachten voeren. Toen ze de extravagant opgemaakte mensen zag, die energiek aan het dansen waren, was ze positief verrast. Het was Pride in Alkmaar en ze wilde hier vast en zeker vaker heen.

Terwijl zij nog verwonderd om haar heen keek, besloot ik een blik in een oud boekje te werpen, wat ik iets eerder die ochtend in een stoffige antiekwinkel op de kop had getikt. Noord-Holland en zijn gemeenten stond op de kaft. Het boekje is uitgegeven in 1981 door de Verenigde Noordhollandse Dagbladen, wat nu het Noordhollands Dagblad is. In het boekje staan de 81 Noord-Hollandse gemeenten beschreven, waaronder de toenmalige gemeenten Graft-De Rijp en Schermer, die op 1 januari 2015 zijn opgegaan in Alkmaar.

Ik was positief verrast door de inhoud van het boekje. Zo las ik dat de kleinste gemeente van Noord-Holland in die tijd Katwoude was. Met 270 inwoners was het niet alleen de kleinste gemeente van de provincie, maar ook de kleinste gemeente van Nederland. De Katwoudense gemeenteraad bestond uit zeven raadsleden, wat neerkomt op één raadslid voor ongeveer 40 inwoners. Dat staat in schril contrast met Amsterdam, waar er op dit moment één raadslid per 18.250 inwoners is. Van het feit dat de gemeente Katwoude destijds met Broek in Waterland, Ilpendam, Marken en Monnickendam is gefuseerd tot Waterland kijkt niemand nu vreemd op.

De laatste jaren hebben zich meer gemeentelijke herindelingen voorgedaan. Denk aan Weesp dat sinds de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen bij Amsterdam hoort of Beemster wat per 1 januari 2022 in Purmerend is opgegaan. Ook de gemeente waar ik zelf als volksvertegenwoordiger actief ben – Hollands Kroon – is een fusiegemeente. Een groot deel van gemeenten die zijn voortgekomen uit schaalvergroting deden dat om medebewindstaken vanuit het Rijk doelmatiger en doeltreffender te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd groeit de afstand tot de gemeente. Zo kennen minder inwoners hun eigen raadsleden en wethouders, is contact met ambtenaren vaak lastiger en daalt de opkomst tijdens verkiezingen. Bij de herindelingsverkiezingen in Purmerend was de opkomst slechts 32%.

Op dit moment kent onze provincie 44 gemeenten en bekend is dat Landsmeer op zoek is naar een partner voor een herindeling. Ook is een aantal Noord-Hollandse gemeenten bestuurlijk zelfstandig, maar wel ambtelijk gefuseerd. In Noord-Holland komt dit relatief veel voor, zoals Haarlem en Zandvoort die in één organisatie met elkaar samen werken of Amstelveen en Aalsmeer. Ook De BUCH, de BEL Combinatie, de SED organisatie en OVER-gemeenten zal voor velen niet onbekend zijn. Soms leidt zo’n samenwerking in de verre toekomst ook tot een bestuurlijke herindeling. Een ambtelijke fusie is echter niet onomkeerbaar. Soms strandt het schip en gaan twee partners weer uit elkaar, zoals het Friese Dantumadiel en Noardeast-Fryslân. En soms gebeurt er niets; de samenwerking blijft een samenwerking.

Uit hoeveel gemeenten zal Noord-Holland in 2050 bestaan?

Een warm pleidooi voor meer contact met de buren

Karim el Gebaly is raadslid in Zandvoort

Hoe goed kent u uw buren? Men zegt wel eens dat een goede buur beter is dan een verre vriend. Weet u welke ontwikkelingen er plaatsvinden bij de buren? Waarom de buren bepaalde beslissingen nemen? Wat de overwegingen zijn? Storm nu niet gelijk in paniek naar de voordeur van uw buren, want in deze column wil ik een warm pleidooi houden voor de verschillende samenwerkingsvormen die er bestaan tussen de gemeenten.

Als getogen Zandvoorter weet ik als geen ander hoe afhankelijk wij zijn van onze buurgemeenten. Zo afhankelijk dat ik geeneens geboren en getogen kan zeggen, want ons dichtstbijzijnde ziekenhuis staat in Haarlem. Om naar Zandvoort te komen moet je hoe dan ook over het grondgebied van onze buurgemeenten, welk vervoermiddel je ook prefereert. Toch hadden wij in Zandvoort die regio niet heel erg goed voor ogen. Veel stukken die langskwamen in de gemeenteraad kwamen voor ons als verrassing, we ervaarden onze buren als moeilijk. Ikzelf had dat gevoel ook: “daar heb je Bloemendaal weer die zeuren over het verkeer naar het strand, ze hebben zelf ook een strand!” Toen ik die zin uitsprak dacht ik meteen bij mijzelf, maar ken ik hen eigenlijk wel, weet ik waarom ze ‘zeuren’? Het antwoord op die vraag was nee.

In diezelfde tijd werd er ook een raadslid gezocht om in de klankbordgroep regionale governance plaats te nemen. Voor mij de uitgelezen mogelijkheid om in een verandertraject te kijken hoe ik ervoor kon zorgen dat ik wel zou gaan weten wie mijn buren zijn.

Het opende voor mij m’n ogen. Als klankbordgroep lid raakte ik betrokken bij de regionale materie en kreeg ik door hoe belangrijk de regio eigenlijk wel niet is. Juist wij raadsleden moeten in dat groeiende aantal regionale samenwerkingen onze rol beter gaan pakken. Dit moeten wij doen vanuit een natuurlijke reden namelijk de democratische redenen, we zijn het hoogste orgaan binnen de gemeente! We moeten dit echter ook doen, omdat er enorm veel kansen liggen! Steeds vaker kun je aanspraak maken op potjes van het Rijk als je in je regio goed samenwerkt en met mooie plannen komt. Niet alleen voor het Rijk is het goed, het werkt ook echt als je iets groots voor elkaar wil krijgen. Maar het allerbelangrijkste is dat je elkaar begrijpt en met elkaar tot oplossingen kan komen. Daarvoor moet je overigens  focussen op wat je verbindt in plaats van op dat wat je verdeelt.