Update regietafel stikstofproblematiek juni 2020

Terugkoppeling provinciale regietafel Stikstof  25 juni

Jelle Beemsterboer, wethouder Schagen en deelnemer regietafel

Allereerst hebben wij een terugkoppeling gekregen van de provincie over de vorderingen bij het Rijk. De commissaris heeft aangegeven dat veel stukken ook bij de provincie laat voor dit overleg worden aangeleverd, maar dat getracht zal worden de agenda in het vervolg een week voor de vergadering toe te sturen. Ondanks de korte termijn om te reageren heb ik de inbreng vanuit Zaanstad en Velsen mee kunnen nemen, dank voor het snelle reageren.

Er is gesproken over de plannen in Noord Holland Noord, waar natuurbeheerders, provincie en gemeenten samen een gebiedsgerichte stikstofbank willen realiseren. De provincie gaat beginnen met de inventarisatie van bron- en herstelmaatregelen per N2000 gebied, zodat uiteindelijk vergunningverlening weer op gang kan komen.

Een aantal landelijke rapporten zijn besproken; De commissie Remkes, commissie Hordijk, de Kamerbrief stikstof en IPO appreciatie. Ik heb ingebracht dat het goed is dat de minister in de Kamerbrief ook aandacht besteed aan de mogelijkheid van ecologische toetsing. Voor het rapport van ‘niet alles kan overal’ heb ik complimenten uitgesproken voor de adviezen over natuurversterking, maar teleurstelling over de wijze waarop vorm is gegeven aan de opdracht om met oplossingen te komen voor de vergunningverlening.

Verder is het onderzoek voor snelheidsverlaging op een aantal provinciale wegen toegelicht door gedeputeerde Jeroen Olthof, waar over het algemeen positief op werd gereageerd. In de rondvraag is aandacht besteed aan de coordinatie van gebiedsgerichte aanpakken, ook tussen provincies en het beperken van stikstofuitstoot direct in de N2000 gebieden door voertuigen die vergunning hebben om in de gebieden te rijden versneld om te schakelen naar emissie loze voertuigen. De beperking van uitstoot door deze maatregel kan dan ook weer deels ten goede komen aan de bouw.

Reacties en input zijn hartelijk welkom: Jelle.beemsterboer@schagen.nl

First things first

First things first

Han ter Heegde is burgemeester van Gooise Meren en voorzitter van de VNHG

Ik heb het gevoel dat velen van ons naar het reces snakken. Naast de normale drukte van de mei en junimaanden hadden we dit jaar te maken met de ingewikkeldheid en rommeligheid van de Coronacrisis. Dus: snel op vakantie en daarna hopelijk alles bijna normaal. Zo zal het echter niet zijn: de fase van herstelondersteuning breekt nu aan. En als je dan op je in laat werken hoe in korte tijd deze crisis een hele brede vernietigende werking op vele sectoren en op mensen in onze maatschappij heeft gehad, dan weet je ook hoeveel wij nog ook in het komende jaar bezig zullen zijn met ondersteunen, stimuleren en meewerken.

En dan komen allemaal verzoeken uit het particulier initiatief om steun, voor de cultuur, de sport, voor evenementen. Onze Raden stimuleren in het algemeen de Colleges hiermee ruimhartig om te gaan. Maar de Collegeleden weten niet hoeveel ze gecompenseerd krijgen door het Rijk, en kunnen moeilijk de precedentwerking overzien van toekenningen. Dus al met al een hele puzzel met onzekere financiële gevolgen. Maar als we de zaak weer snel normaal aan het draaien willen hebben dan zijn steunmaatregelen op korte termijn nodig. En dat weten Raadsleden ook dat het om trail and error gaat. En dat niets doen geen optie is. En dat we anticyclisch bezig moeten zijn.

Hopelijk werken de Toezichthouders bij Provincie en Rijk dan ook coulant mee: tijdelijke begrotingstekorten mede als gevolg van deze maatregelen moeten dan niet afgestraft worden. Als VNG lobbyen wij hiertoe op dit moment bij het Rijk en de Provincies.

Lastig is wel dat die discussie ook belast wordt met de komende Herverdeling van het Gemeentefonds, en de reeds jarenlange tekorten in de Jeugdzorg. Zo ontstaat een hybride financieel vraagstuk. Als VNHG zullen in dit kader goed vinger aan de pols houden en lobbyen.

Maar first things first: dat is mijns inziens het stimuleren van initiatieven op gemeenteniveau die anders omvallen als gevolg van de Corona. En daarbij hoort dan ook met name het oog hebben voor de groepen die het de afgelopen maanden extra moeilijk hebben gehad: ZZP-ers, ondernemers, ouderen, maar ook jongeren en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Deze sociale opgave is de allerbelangrijkste, en die hoeft niet altijd veel geld te kosten. Met extra bezoek, aandacht en een schouderklop kunnen wonderen worden verricht. Ook dat kunnen we in de recesperiode goed bij de kop pakken.

Dan wordt het een vakantieperiode van het verenigen van het nuttige met het aangename!

 

Hartelijke groet, Han ter Heegde

Samenwerking in crisistijd

Samenwerking in crisistijd

Han ter Heegde is burgemeester van Gooise Meren en voorzitter van de VNHG

 

De VNG is via het Hoofdbestuur, de Commissies en ambtelijk zeer offensief in overleg met de diverse departementen en bewindslieden over compensatie van de Coronakosten in de meest ruime zin, die de gemeenten moeten maken. Daartoe is een inventarisatie van alle mogelijke uitgavenposten en inkomstendervingen gemaakt. En per onderwerp zijn de actiedragers en overleggremia benoemd. Er ligt al een uitspraak van het Rijk dat alle extra uitgaven van gemeenten zullen worden gecompenseerd. Uiteraard zal de uitwerking nog wel discussie betekenen, maar er is een positieve grondhouding. Er is een Klankbordgroep binnen de VNG ingesteld die ls regisseur optreedt, en die wekelijks digitaal bij elkaar komt. De provinciale voorzitters worden daarvoor ook uitgenodigd. Mijn beeld is dus dat op dit front door de VNG heel hard en adequaat wordt gewerkt. En wij kunnen onze inbreng op dit punt ook goed leveren.

Daarnaast roep ik al onze Noord-Hollandse commissieleden op, vanuit hun beleidsterreinen de gemeentelijke claims in te brengen, en te bewaken tijdens de onderhandelingen met het Rijk. En dan niet alleen de claims uit de 1e tranche van 3 maanden, maar ook die uit de 2e en volgende tranches. En het gaat niet alleen maar om de directe kosten, maar ook om de indirecte zoals op economisch en maatschappelijk terrein.

Ook zal er een zienswijze door de VNG worden ingediend op de ontwerpwet Covid. Die houdt basaal in: wat lokaal kan: lokaal bepalen, wat regionaal moet: regionaal bepalen. Dit na de meer centrale GRIP4-aansturing via het RBT op het hoogtepunt van de (medische) crisis.

Ook participeert de VNG in follow-up van de Cie. Halsema, die de positie van kwetsbare groepen tijdens de crisis in beeld bracht, en de Denktank van de SER m.b.t. de economische gevolgen.

Ondertussen blijft goede regionale en nationale afstemming bij de afschaling nodig, om niet uitgespeeld te worden. Maar in deze fase wordt natuurlijk de couleur lokale steeds belangrijker. Ook is in deze fase de betrokkenheid van gemeenteraden belangrijker dan ooit, zeker waar nu steeds meer groepsbelangen in het geding zijn, omdat er minder generieke maatregelen komen en meer maatwerk.

Het is nog niet precies duidelijk hoe de alternatieve ALV van de VNG in september gehouden gaat worden. De gedachte gaat nu uit naar fysieke bijeenkomsten van 100 personen ieder, waarbij overige geïnteresseerden digitaal kunnen meedoen. Volgende week beslist het VNG-Bestuur hier over. Stukken voor de Ledenraadpleging zijn door de VNG op 15 mei verzonden. Amendementen kunnen tot 5 juni worden ingediend. Houd dus die datum in de gaten!

Half juni zal een delegatie van de VNHG een digitaal kennismakingsbezoek hebben met de nieuwe VNG-directeur Leonard Geluk. Wanneer u nog wensen vanuit Noord Hollandse Gemeenten heeft voor hem, dan hoor ik die graag.

Ik wens u veel wijsheid en sterkte in de tweede tranche van de Coronacrisis. De eerste tranche zijn we mijns inziens heel redelijk door gekomen. Maar de harde maatschappelijke, sociale en economische klappen komen nog. Hopelijk kunnen wij als overheden net zo constructief en adequaat meehelpen aan de wederopbouw.

Wethouder mogen zijn in Alkmaar en wat doe je dan…………………………..in mei 2020?

Wethouder mogen zijn in Alkmaar en wat doe je dan…………………………..in mei 2020?

Elly Konijn is wethouder in Alkmaar

 

“Wat doet een wethouder?”

Dat is een vraag die vaak aan mij gesteld wordt door leerlingen, studenten.

Vanuit de portefeuille onderwijs ben ik gewend, net als veel van mijn Noord-Hollandse collega’s, regelmatig scholen te bezoeken,  om mij te laten informeren over huisvestingsvraagstukken of om gewoon voor te lezen in groep 7 of een korte les te geven op het voortgezet onderwijs.

Zo was ik voor de Lock down- wat lijkt dat lang geleden- op het Dalton College VO tijdens de academische dagen van de school.

Het verzoek was om in een les VWO leerlingen o.a. te vertellen over welke competenties een wethouder moet hebben, welke opleiding en ook natuurlijk de vraag, wat doet een wethouder nu eigenlijk?

Mijn boodschap: “…..politiek moet je leuk vinden, anders moet je er nooit aan beginnen , verplaats je in de ander, realiseer je dat je publiek figuur bent, wethouder ben je 24 uur per dag, een inkijk in mijn agenda, over het loco burgemeesterschap”.

Het was de basis voor een leuk gesprek met de leerlingen.

Wat is het nu anders, In deze bijzondere tijden van digitale overleggen en thuiswerken.

Wat mis ik de werkbezoeken en het contact met al die bijzondere mensen, die je dan ontmoet.

Nog ff volhouden, dat zal voor jullie ook gelden.

Update regietafel stikstofproblematiek

Update regietafel stikstofproblematiek

Jelle Beemsterboer, wethouder Schagen en deelnemer regietafel

Net als mijn collega-bestuurders werk ik de laatste weken vanuit huis. De coronamaatregelen hebben de tweede vergadering van de regietafel stikstofproblematiek opgeschoven naar 6 mei. De agenda ontvangen wij op 4 mei van de Provincie, die sturen we via de VNHG door, maar er is helaas weinig tijd om de gemeenten goed te kunnen consulteren.

Op de agenda staat in elk geval:
– Een update van de stand van zaken
– Een voorstel over het vormgeven van de gebiedstafels zonder fysieke bijeenkomsten
– Brief natuurverenigingen ten aanzien van het gebruik van de ecologische voor-toets (door o.a. de gemeente Schagen)
– Bespreken schriftelijke aandachtspunten en reactie provincie daarop

Ondanks de lichte vertraging door de coronacrisis wordt er op provinciaal en rijksniveau doorgewerkt aan de oplossing van de stikstofproblematiek. Ik verwacht dat we de extra inzet van 5 miljard euro door het rijk ook zullen bespreken en hoop dat de effecten daarvan voor de versterking van de natuur ook vergunningverlening voor meer projecten weer mogelijk zal maken.

Los van de regietafel heeft een aantal gemeenten een brief geschreven aan gedeputeerde Rommel met tips voor versnelling van de stikstofproblematiek. Daar is een snelle reactie van de gedeputeerde op gekomen met het verzoek in gesprek te gaan. Deze brief, inclusief reactie, vindt u onder deze update.

Bedankt voor alle input en tot een volgende update.

Zeven adviezen voor een voortvarend provinciaal stikstofbeleid

 

(Met reactie provincie ingevoegd)

 

Door de stikstofcrisis stagneren veel woningbouwplannen in onze provincie. Het streven van het provinciaal bestuur en de gemeenten is erop gericht die plannen vlot trekken en de vergunningverlening op volle sterkte te brengen. Die inzet wordt gewaardeerd, maar naar onze waarneming kan het tempo omhoog en kan de provincie wat verder haar nek uitsteken en zo de woningbouw bevorderen. Zonder de natuurwaarden tekort te doen, integendeel. De provincie Noord-Holland kan een voorhoedepositie innemen. De urgentie van de woningvraag rechtvaardigt dit ten volle.

 

Zeven korte-termijnacties die de woningbouw vlot trekken en de natuur niet schaden

 

  1. Neem enig juridisch risico bij de vergunningverlening Sinds de rechtelijke uitspraak over de PAS op 29 mei 2019 is veel twijfel ontstaan over de vergunbaarheid van woningbouwplannen en andere projecten waarbij stikstof in het geding is. ‘Bij twijfel niet inhalen’ lijkt de richtlijn te zijn die de Omgevingsdiensten meekrijgen bij de beoordeling van vergunningaanvragen. Omdat er na de PAS-uitspraak weinig nieuwe jurisprudentie is, zijn de marges onduidelijk en overheerst twijfel over de vergunbaarheid van aanvragen. Vergunningen die met 100% zekerheid een eventuele rechtelijke toets zullen doorstaan, zijn er weinig.

 

Anderzijds ontstaat geen nieuwe jurisprudentie (en daarmee helderheid) als de provincie geen vergunningen verleent waarover (lichte) twijfel bestaat. Wij adviseren om enig risico accepteren en meer te vergunnen in situaties die zich daarvoor lenen. Het geeft politiek ‘comfort’ als alle betrokkenen goed worden geïnformeerd over het risico en zich dus bewust zijn dat de vergunning de eindstreep mogelijk niet zal halen.

 

Reactie provincie:

Er worden momenteel af en toe vergunningen afgegeven waarin een kleine, tijdelijke toename wordt toegestaan. Daarbij wordt het benoemde risico dus wel geaccepteerd. Niet alle situaties lenen zich daar echter voor. We proberen daarin een lijn te ontwikkelen en aan te houden. Op dit moment betreft het vooral kleine tijdelijke deposities voor projecten of projecten waarbij uitzicht bestaat op een forse depositie-afname in de zeer nabije toekomst.

 

  1. Handel vergunningaanvragen vlot af

 

De Omgevingsdiensten kampen met een forse werkdruk, daar bestaat begrip voor. Niettemin moet het – met gevoel voor urgentie en een vlotte, ongecompliceerde communicatie met de vergunning-aanvragers – mogelijk zijn om de aanvragen binnen de wettelijke termijn van 13 weken af te handelen. Dat duurt nu vaak (veel) langer. Wij adviseren Gedeputeerde Staten om regelmatig managementinformatie bij de omgevingsdiensten in te winnen over de doorlooptijden.

Reactie provincie:

Op basis van de wettelijke termijnen beslissen wij binnen 13 weken op een vergunningaanvraag Wet natuurbescherming. Deze termijn kan éénmaal met 7 weken worden verlengd. Na ontvangst van de definitieve aanvraag wordt deze beoordeeld op volledigheid en kan het bevoegd gezag op grond van de informatie die bij de aanvraag is aangeleverd een besluit nemen. Helaas blijkt dat bij veel aanvragen om aanvullende informatie moet worden verzocht. Een verzoek om aanvullende informatie heeft een opschortende werking tot gevolg waardoor het traject langer duurt.

Hoewel dit de wettelijke termijnen zijn om tot een definitieve vergunning te komen is onze inzet om deze termijnen te verkorten. Wij hebben oa. extra personeel ingehuurd, hoewel de betreffende deskundigheid lastig te vinden is op dit moment. We kijken ook naar andere oplossingen.

Zo informeren de provincie en de omgevingsdienst de initiatiefnemers over de procedure en benodigde informatie. Er werd er op 2 maart een informatiebijeenkomst gehouden voor de bouwwereld, waar veel vragen zijn beantwoord (zie bijlage). Op deze bijeenkomst werd ook de mogelijkheid van een spoedaanvraag genoemd. Als een aanvraag met spoed behandeld zou moeten worden, kan de aanvrager dat goed onderbouwd aangeven zodat de ODNHN kan bezien of het mogelijk is die vergunningaanvraag met voorrang te behandelen voor zover de beschikbare capaciteit dat toelaat.

 

  1. Gebruik de ecologische motivering

 

Gebruik de ecologische motivering en breng de stand van de beschermde soorten in N2000-gebieden jaarlijks in beeld. De RvS uitspraak (d.d. 11-03-20) over het Pallas- project toont aan dat een toename van stikstofdepositie in goed functionerende natuurgebieden toelaatbaar is indien ecologisch onderzoek aantoont dat geen significant effect voor de instandhouding van de beschermde soorten te verwachten is. Goed beheerde N2000-gebieden met relatief weinig uitstoot in de omgeving vormen dus geen blokkade meer voor (woningbouw-)projecten. Om de ecologische motivering te versnellen, bepleiten wij dat de provincie in de N2000-gebieden, per hexagoon de ontwikkeling van de beschermde soorten jaarlijks laat onderzoeken. Hiermee ontstaat een basis voor motivering van projecten op ecologische grondslag.

 

Reactie provincie:

De basis van het probleem zit er in dat er geen sprake is van “weinig uitstoot” zoals genoemd in het advies. In alle gebieden zit de huidige depositie ver boven het gewenste niveau voor de meest gevoelige habitats. Het is dus van belang dat we er gezamenlijk aan werken deze depositie naar beneden te krijgen. Hier vindt dus ook onze primaire inzet op plaats en we zullen dus niet aanvullend (jaarlijks) de natuur monitoren. Wel voeren we natuurlijk de reguliere monitoring uit in het kader van de Natura 2000-beheerplannen. Overigens vinden op dit onderwerp nog wel landelijke gesprekken en analyses plaats waarin ook gekeken wordt of op landelijk niveau de keuze wordt gemaakt meer natuuronderzoek te doen.

Uiteraard zijn wij ook verheugd over het feit dat de Afdeling bestuursrechtspraak kennelijk ruimte ziet om met een ecologische onderbouwing te kunnen motiveren dat een toename van depositie (effect van >0,00 mol) in een situatie waarin de KDW is overschreden, niet altijd hoeft te betekenen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarbij maken wij wel de kanttekening dat de uitspraak niet betekent dat de gebruikte methodiek in andere zaken steeds tot dezelfde conclusie zal leiden. Veel is afhankelijk van de concrete situatie (van het project, alsook van de situatie in het veld). De Afdeling heeft in dit geval bijvoorbeeld uitdrukkelijk gewezen op het feit dat van de zijde van de appellante geen tegenrapport is overgelegd. Niet ondenkbeeldig is daarnaast dat de Afdeling het belang van de Pallas-reactor heeft meegewogen. Het blijft dus zaak per geval goed (en gebiedsgericht) ecologisch te onderbouwen waarom geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied.

 

  1. Geef meer mogelijkheden voor intern salderen

 

Een in het plangebied gesitueerde stikstofbron die wordt gesaneerd in het kader van de transformatie telt mee bij de berekening van de stikstofdepositie. Nu gelden daarvoor zeer strenge voorwaarden en een zware bewijslast. Zo telt bijvoorbeeld de uitstoot van een gebouw met een publieksfunctie dat inmiddels om veiligheidsredenen al is gesloopt niet meer mee. Dat gebeurt op basis van de provinciale beleidsregel die eigenlijk voor interen salderen in de agrarische sector is bedoeld. Daardoor krijgen nu projecten en plannen waar al gesloopt is geen groen licht, terwijl herstel van de oude situatie (die het bestemmingsplan toestaat) méér stikstof zou uitstoten. Ons advies: wees pragmatisch en geef meer mogelijkheden voor intern salderen. Bepleit in IPO-verband aanpassing van deze beleidsregel op korte termijn. Zolang dat niet het geval is, vragen wij om een ruimere interpretatie van de beleidsregel.

 

Reactie provincie:

Er is geconstateerd dat de voorwaarde voor intern salderen in de Beleidsregel intern en extern salderen Noord-Holland dat de gebouwen nog aanwezig moeten zijn, inderdaad voor sommige projecten zeer ongunstig uitpakt. Dat wordt bestuurlijk ongewenst gevonden en om die reden wordt momenteel gewerkt aan een voorstel om de Beleidsregel op dat punt aan te passen.

 

  1. Introduceer gebiedsgerichte drempelwaarden

 

Wat enorm zou schelen in de doorlooptijd van bouwplannen, (onderzoeks-)kosten en belasting van ambtenaren en vergunning-aanvragers is de instelling van gebiedsgerichte drempelwaarden. Indicatief: voor de bouwfase 0.5 mol/ha. en voor de gebruiksfase 0.1 mol/ha. In Nederland is de depositie nu gemiddeld 1.600 mol/ha, dus dit gaat om zeer lage drempels. Op basis van de juridische literatuur lijkt geen beletsel te zijn. De provincie Noord-Holland zou ook hier het voortouw kunnen nemen.

De vermeden uitstoot door de kabinetsmaatregelen (o.a. verlaging maximumsnelheid) en aanvullende maatregelen van de provincie bieden voor elk N2000-gebied voldoende ‘stikstofruimte’ om deze lage drempelwaarden te kunnen rechtvaardigen.

 

Reactie provincie:

De stikstofruimte die er komt door de snelheidsverlaging in Noord-Holland is zeer beperkt en de meeste Natura 2000-gebieden zijn zwaar overbelast. Het is daarom zaak om eerst meer brongerichte maatregelen te nemen om de depositie substantieel omlaag te brengen. Pas wanneer het zover is, kan eventueel gekeken worden naar drempelwaarden. Met de gebiedsgerichte aanpak zijn we nu aan het kijken naar bronmaatregelen.

De wenselijkheid van drempelwaarden wordt zeker onderkend. Landelijk worden daarom wel de mogelijkheden voor drempelwaarden verkend. Het is echter nog te vroeg om aan te kunnen geven of dit ook tot drempelwaarden zal leiden.

 

  1. Gebruik de salderingsbank van het stikstofregistratiesysteem actief

 

Extern salderen met wegnemen van stikstofbronnen is in beginsel toegestaan, met 30% afroming voor de natuur. Om te voorkomen dat de overblijvende 70% niet volledig voor (woningbouw)projecten benut wordt dient deze opgenomen te worden in een salderingsbank. Het nieuwe stikstofregistratiesysteem is zo’n salderingsbank. Het systeem is ingericht per N2000-gebied.

Het provinciaal bestuur kan bijdragen aan de ruimte in deze stikstofbank door nieuwe projecten die stikstofuitstoot reduceren op te nemen. Denk hierbij aan gesaneerde (agrarische) bedrijven, beperkingen van het wegverkeer nabij N2000-gebieden of een schoner wagenpark. Aerius-berekeningen vertalen de verzamelde vermeden stikstofuitstoot naar de effecten op het N2000-gebied. Projecten die stikstof uitstoten kunnen de beschikbare stikstofruimte gebruiken. Hoe eerder salderingsbanken gevuld worden, des te sneller we de weggenomen stikstofbronnen kunnen inzetten voor hoogst noodzakelijke woningbouw.

 

Reactie provincie:

Het stikstofregistratiesysteem dat er nu is voor de landelijke maatregelen kan op termijn worden uitgebreid met provinciale maatregelen. Pas als dat via de ministeriële regeling wordt opengesteld kunnen de provinciale maatregelen hierin worden opgenomen.

 

  1. Geef duidelijkheid over bestemmingsplannen in relatie tot stikstof

 

Het is juridisch onduidelijk hoe met de dubbele toets van zowel bestemmingsplan als omgevingsvergunning binnen het plangebied moet worden omgegaan. Hier is nog geen ervaring mee. De vraag wordt acuter, nu de plancapaciteit (voor woningbouw) in vigerende bestemmingsplanen langzamerhand op raakt. Bijkomend voordeel van het bestemmingsplan is dat de jurisprudentie over intern salderen ruimer is dan voor individuele projecten.

Het zou enorm helpen als op bestemmingsplanniveau een natuurvergunning kan worden verleend die dan ook bruikbaar blijft bij de vergunningen die op basis van dat plan worden verleend. Een dubbele vergunningverlening (bij zowel plan als project) zal vertragend en kostenverhogend werken.

 

Reactie provincie:

Er is geen dubbele vergunningplicht. Er is wel de verplichting om én in het kader van de planvorming én in het kader van de vergunning inzichtelijk te maken dat stikstofdepositie geen probleem vormt.

In het kader van het bestemmingsplan gaat het om een plantoets waarbij de ontwikkeling die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt maximaal moet worden beoordeeld.

In het kader van de vergunning moet inzichtelijk worden gemaakt dat er geen sprake is van significante effecten.

Het betreft 2 verschillende toetsmomenten, die ook net iets anders worden ingevuld. Wel is in artikel 7 van de Beleidsregel intern en extern salderen geregeld dat als er voor het bestemmingsplan gesaldeerd is, die saldering ook voor de onderbouwing van de vergunningaanvraag ingezet mag worden.

 

Schrijvers brief

 

Friso de Zeeuw (Voorzitter Economisch Forum HBA)

Dick Min (Voorzitter bouwend Nederland NHN)

Heleen Keur (wethouder Den Helder)

Theo Meskers (wethouder Hollands Kroon)

Klaas Valkering (wethouder Bergen)

Annette Valent-Groot (wethouder Heerhugowaard)

Jasper Nieuwenhuizen (wethouder Langedijk)

Arthur Helling (wethouder Hoorn)

Andrea van Langen (wethouder Medemblik)

Wessel Breunesse (wethouder Zaanstad)

Jelle Beemsterboer (wethouder Schagen)

Eendracht in Coronatijd

Eendracht in Coronatijd

Niet alleen is de Coronacrisis een hele bijzondere tijd, maar ook de houding die wij daarin moeten aannemen als (Noord-Hollandse) bestuurders. Enerzijds de grote verbodslijnen aangeven, anderzijds empathisch en bemiddelend als bestuurder optreden. Zorgen dat de gemeentelijke dienstverlening voort gaat (met extra taken bijv. het Ondernemersloket en uitkeringen), en tevens de Handhaving verscherpen en baseren op de Noodverordening. Het is dus meer dan ooit balanceren en evenwicht houden. En dat gaat des te meer klemmen in fase 2 van de crisis, nu er langzamerhand maar heel voorzichtig versoepeling mag komen. Want juist nu kan het veel burgers en ondernemers niet snel genoeg gaan, na al die weken van grote beperkingen.

In welke positie je ook zit: raadslid, wethouder, burgemeester (ondersteund door de secretarissen en griffiers), het is zaak dat wij als bestuurders eendracht en optimisme blijven uitstralen, ook al moeten we beperkende maatregelen onverkort uitvaardigen en handhaven.

Gezamenlijk het verhaal en de argumentatie blijven vertellen en ook eendrachtig achter vervelende handhavingsacties blijven staan. Als ik in Noord Holland kijk dan zie ik tot heden die eendrachtigheid, de empathie en het positieve dat door bestuurders wordt uitgedragen. Dat is goed en knap. Maar het gaat nog (veel) langer duren, met lastige overgangsregelingen die tot heel veel discussie aanleiding gaan geven. Ook dan is het nodig als gemeentelijke bestuurders onverschrokken en als eenheid naar buiten te treden. In de politieke gremia kan dan wel (later) de discussie oplaaien, naar buiten moeten we eenduidig zijn.

Han ter Heegde is burgemeester van Gooise Meren en voorzitter van de VNHG

Daarbij hoort ook het contact leggen met alle soorten van maatschappelijk middenveld: de zorgsector, ondernemers, onderwijs, organisatoren van evenementen, horeca, cultuur, enz. Ik merk dat zij snakken naar een luisterend oor.

Voor ons allen liggen er grote uitdagingen de komende tijd. Maar ik ben er van overtuigd dat we het samen zullen redden, en dat we ook stuurmanskunst in moeilijke tijden beheersen.

Ik wens u veel wijsheid en eendracht in uw Noord-Hollandse gemeenten.

30 april 2020